zondag 3 augustus 2008

Toerisme en economie in Limburg

De politieke verantwoordelijken van Limburg, de gouverneur op kop, beweren vaak dat het toerisme in Limburg een belangrijk economisch gegeven is geworden. In zijn beleidsverklaring 2008 zegt gedeputeerde Sylvain Sleypen zelfs dat het een speerpuntsector is. Is zijn bewering meer dan een holle kreet?

Blijkbaar wel. Uit cijfers van de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg (POM) blijkt dat 15.000 Limburgers tewerkgesteld zijn in de economische branche. De tewerkstelling steeg de voorbije vijf jaar met een kwart, dat is twee keer zoveel als het Vlaamse gemiddelde. De omzet bedroeg in 2006 664,1 miljoen euro. Dat bedrag wordt gegenereerd door de eet- en drankgelegenheden (427,5 miljoen), verblijf (128,6 miljoen) en recreatieve diensten (88 miljoen). De globale stijging ten opzichte van 2001 bedraagt ongeveer 165 miljoen euro.

Gegevens van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie maken duidelijk dat er datzelfde jaar 3,844 miljoen overnachtingen waren. Met uitzondering van West-Vlaanderen, waar de cijfers in belangrijke mate worden beïnvloed door het kusttoerisme, deed geen enkele provincie beter. Een andere frappante vaststelling: met bijna vier miljoen overnachtingen neemt Limburg zowat de helft van de verblijfsomzet van de Vlaamse regio’s voor zijn rekening. Ter verduidelijking: in het toeristische aanbod van Vlaanderen zijn er drie segmenten: kust, kunststeden en regio’s.

De economische impact van het toerisme blijft overigens niet beperkt tot de toeristische sector zelf. Er is ook een grote indirecte omzet. Heel wat toeristen blijken bijvoorbeeld een namiddag Plopsa Indoor, Bokrijk of Alden Biesen te combineren met een voormiddag shoppen in pakweg Hasselt of Maasmechelen Village.

De bouw- en voedingssector, de energieleveranciers, communicatieproviders, wasserijen, detailhandels en noem maar op pikken eveneens meer dan een graantje mee van de toeristische hausse. Een mooi voorbeeld daarvan is Hellingfort, een bedrijf waar fruitteelt wordt gecombineerd met de verkoop van artisanale productie, de organisatie van privéfeesten en rondleidingen.

Invalshoek:

Toerisme in Limburg vanuit het oogpunt van de economische rentabiliteit en tewerkstelling.

Bronreferenties:

http://www.pomlimburg.be/fb111yyqb560xhr1dhr151.aspx

http://www.limburg.be/webfiles/FILES_IenO/limburgbe/PDF_documenten/zittingen2007/beleidsleypen2008.pdf

http://www.statbel.fgov.be/FiGUres/d73_nl.asp#Verdeling_gewest_en_provincie

http://www.hellingenfort.be/start

vrijdag 1 augustus 2008

Fietstoerisme

Limburg promoot zichzelf al enkele jaren als fietsparadijs. Dat marketinglabel is gegroeid uit de toenemende belangstelling van niet-Limburgers voor de fietsmogelijkheden in de meest oostelijke provincie van Vlaanderen. De aanzet daartoe werd gegeven in 1995. Dat jaar startte Regionaal Landschap Kempen en Maasland met de aanleg van 450 kilometer fietsroutes, waarvan meer dan 150 kilometer autovrij.

Vanwege het succes werd beslist om het systeem ook in de andere regio’s uit te bouwen. Momenteel heeft Limburg bijna tweeduizend kilometer bewegwijzerde routes, waarvan zevenhonderd kilometer autovrij. Vorig jaar lieten zowat twee miljoen fietsers zich verleiden tot een tocht op Limburgse wegen.

Twee jaar geleden riep de Radio 2-luisteraar het Limburgse fietsroutenetwerk uit tot achtste wereldwonder. De radiozender liet zich daartoe inspireren door een internationale verkiezing van zeven nieuwe wereldwereldwonderen. Het al zo vaak geprezen fietsroutenetwerk is een idee van de voormalige mijningenieur Hugo Bollen, die een systeem bedacht om de Limburgse mijnen te bewegwijzeren. Hij verfijnde het later voor fietsroutes.

Hij zag er ten tijde van de mijnsluitingen een reconversiemogelijkheid in: de toerist al fietsend de landschappelijke kwaliteiten van het mijngebied leren kennen. Zijn concept is een netwerk van fietstrajecten, die via zogenaamde knooppunten (meestal kruispunten) met elkaar verbonden zijn. De fietser kan aan de hand van speciaal ontwikkelde kaarten zijn eigen tocht samenstellen. Het fietsroutenetwerk krijgt steeds meer navolging in het buitenland.
Het fietstoerisme heeft in aanzienlijke mate bijgedragen tot de ontwikkeling van de Limburgse horeca. Fietscafés, fietsenverhuur, fietsarrangementen: het is slechts een greep uit de vele mogelijkheden.

Het idee van Hugo Bollen werd onlangs geëxtrapoleerd naar het wandeltoerisme. Op 6 juli werd in Voeren namelijk het eerste Limburgse wandelroutenetwerk geopend. Nieuwe en oude wandelwegen vormen nu een bewegwijzerd netwerk van ongeveer 125 kilometer. Hiervoor werd een nauwkeurige wandelkaart onderworpen.

Invalshoek:

De toenemende belangstelling uit andere provincies en het buitenland voor het Limburgse fietsroutenetwerk.

Bronreferenties:

http://www.euroreizen.be/fietswandel/recrea/fietsroutenetwerk_limburg.htm

http://tijlv.studentenweb.org/mt/archives/2006/03/limburgs_fietsr.html

http://www.vv.nl/index.php?menuid=4

http://nl.wikipedia.org/wiki/Fietsroutenetwerk

http://www.voerstreek.be/wrn.htm